Feit of fabel: de after-dinner-dip
De dip na een maaltijd bestaat wel, maar niet door een schommelende bloedsuiker. Wat je voelt is je parasympatisch zenuwstelsel dat de vertering voorrang geeft, versterkt door je biologische klok.
Dit is het tweede deel over de dip na een maaltijd. In deel één hebben we de suikercrash naar de fabels verwezen: bij een gezond lichaam regelt insuline de bloedsuiker vanzelf. Maar veel mensen voelen ná het eten wel degelijk iets. Dat gevoel is echt. Alleen komt het ergens anders vandaan.
Je zenuwstelsel heeft 2 standen#
Je autonome zenuwstelsel bestaat uit 2 delen die elkaars tegenwicht vormen:
- Het sympathisch deel regelt actie: alertheid, inspanning, hartslag omhoog. Dit is wat vaak "fight or flight" wordt genoemd.
- Het parasympatisch deel regelt herstel en spijsvertering: hartslag omlaag, bloed naar de darmen, energie naar het verwerken van wat er binnenkwam. Dit is "rest and digest".
Na een flinke maaltijd krijgt dat tweede deel de overhand. Je lichaam is bezig met verteren en schaalt de rest terug. Dat is geen storing maar precies wat er hoort te gebeuren. Je merkt het alleen als traagheid, omdat je op dat moment eigenlijk verder wilde met je dag.
Waarom je hem na de lunch voelt en niet na het ontbijt#
Naast de maaltijd zelf speelt je circadiaans ritme mee: de interne klok die bepaalt wanneer je alert bent en wanneer niet. Bij de meeste mensen zit er in de vroege middag een natuurlijk dal in die alertheid, ongeacht wat ze gegeten hebben. Valt de lunch daar bovenop, dan komen 2 effecten samen.
Dat je na het ontbijt zelden zo'n dip hebt, heeft daar alles mee te maken:
- Een ontbijt is bij veel mensen kleiner dan de lunch, dus de vertering kost minder.
- Je klok staat 's ochtends op actief; je bent net begonnen.
De uitzondering bewijst het punt: wie op vakantie een uitgebreid ontbijtbuffet aandoet, kent de dip die daarna komt wel degelijk.
Wat voeding ermee te maken heeft#
Een koolhydraatrijke maaltijd activeert het parasympatisch deel sterker dan een koolhydraatarme maaltijd van dezelfde grootte. Meer parasympatische activiteit betekent meer neiging tot rust, dus een grotere dip. Dat is het enige verband tussen koolhydraten en die dip. Het loopt niet via je bloedsuiker.
Slaap is de tweede factor, en vaak de grotere. Wie kort of slecht heeft geslapen, heeft de hele dag minder marge, en die krapte laat zich het duidelijkst voelen op het moment dat het lichaam toch al terugschakelt. Dat is geen bijverschijnsel maar een signaal: je lichaam vraagt om slaap die het niet heeft gehad. Meer daarover in alles wat je moet weten over slaap.
Verder spelen er zaken mee die per persoon verschillen. Een hoog vetpercentage gaat bijvoorbeeld samen met een verminderde insulinegevoeligheid, en daarmee met een lagere tolerantie voor grote hoeveelheden koolhydraten in één keer.
Wat je eraan kunt doen#
In deze volgorde, want de eerste stap levert het meeste op:
- Slaap eerst. Zolang je structureel te weinig slaapt, is sleutelen aan je lunch het gevolg aanpakken in plaats van de oorzaak.
- Eet op ongeveer vaste tijden. Je klok werkt beter met regelmaat, en grote maaltijden na lange gaten geven de grootste dip.
- Experimenteer met de verdeling. Slaap je genoeg en zit de dip er nog, verschuif dan een deel van je koolhydraten van de lunch naar later op de dag en kijk 2 weken wat dat doet.
Loop je hierop vast en wil je weten hoe je maaltijden over jouw dag zou moeten verdelen, dan is dat precies het soort vraag dat we bij een kennismaking doornemen.
Max Hol
Oprichter van My Lifestyle Plan, diëtist en coach. Helpt sinds 2017 mensen aan een plan dat ze volhouden. Meer over Max.
